Marjolein (Hopleys)

De bloemen van marjolein Origanum laevigatum ‘Hopleys’ zijn lilaroze en de bladeren lopen blauw aan.

Waarvoor kan ik wilde marjolein gebruiken?

Er zijn diverse soorten marjolein. Sommige soorten om mee te koken, die we ook kennen als oregano in de Italiaanse en Griekse keuken. Andere om meer naar te kijken. Deze marjolein is van de laatste soort. Het zijn decoratieve planten die veel in rotstuinen of op droge plaatsen in de tuin voorkomen. De voorkeur voor rotstuinen blijkt nog enigszins uit de Latijnse geslachtsnaam Origanum, die staat voor vreugde (ganos) op de berg (oros). Deze plant bloeit in de zomer met rozerode bloemen. Als de bloemen zijn uitgebloeid, blijven de roodpaarse schutbladeren aan de plant. Daardoor heb je extra lang plezier van de bloei. Het blad geurt, maar geeft veel minder smaak af dan de soorten die worden gebruikt in de keuken.

Waar kan ik wilde marjolein ‘Hopleys’ planten?

De Origanum laevigatum ‘Hopleys’ moet absoluut zonnig staan. De grond waarin hij groeit mag niet te rijk zijn. De planten verdragen droogte heel goed, maar winterse nattigheid en vooral een snelle afwisseling tussen bevriezen en dooien, is erg slecht. Stagnerend water in de bodem kan het afsterven van de wortels betekenen. Mulchen is bij deze planten niet aan te raden. Geef in het voorjaar een goede basisbemesting met beendermeel en snij de planten in de herfst flink terug. Tijdens aanhoudende droogte extra water geven. Vervang de planten om de 3 à 4 jaar. Je kunt ze voortkweken uit afleggers of uit halfrijpe stek die je in de zomer neemt. Laat ze in zandige potgrond bewortelen. Marjolein kan zich overigens sterk uitzaaien. Daar kun je ook gebruik van maken. Pot dan enkele zaailingen apart op.

hfr5nks8msva_w2400.jpg

Kenmerken: