Struikveronica (Hebe pimeloides)

De Latijnse naam van de klein struik Hebe pimeloides, is vernoemd naar de Griekse godin van de jeugd. Hebe heet in het Nederlands struikveronica. Het is de houtige variant van de plant veronica. Het struikje is een favoriet in tuinen met weinig onderhoud.

Welke soorten Struikveronica zijn er?

Hebe pimeleoides komt uit Nieuw-Zeeland, waar hij in droge berggebieden groeit. De struik groeit nogal traag. Het blad is decoratief vanwege de grijze kleur. ’s Zomers komen er diepblauwe bloemen aan de aren van de struik. Het is een mooie bodembedekker waar je niet naar om hoeft te kijken. Qua onderhoud dan, want dit groenblijvende struikje heeft veel te bieden. Vrij apart voor de plantenwereld is de aanwezigheid van twee meeldraden, de mannelijke geslachtsdelen. Dan heb je wel een loep nodig om dit te bekijken. De soort is afkomstig uit Nieuw-Zeeland, waar het zich heeft aangepast aan gematigde tot subtropische klimaten. Daarom is de variëteit groot. Het blad heeft groen als basiskleur, maar allerlei tinten geel, grijs, paars en rood zijn hieraan toegevoegd. De bloemkleur varieert van wit, via roze en blauw tot dieppaars. Helaas zijn de mooiste variëteiten niet goed winterhard, maar dat neemt niet weg dat een aantal mooie struiken geschikt zijn voor ons klimaat.

Wat voor grond heeft de Hebe pimeloides nodig?

In de zon krijgt Hebe de meeste bloemen. Verder is het belangrijk dat de grond compostrijk is en niet te droog wordt.

Hoe kan ik de Struikveronica snoeien?

Stengels die tijdens vorst zijn ingevroren mogen gesnoeid worden. Nadat de plant gesnoeid is, of beschadigd door vorst, loopt hij weer uit. Sommige bontbladige soorten vormen stengels met groen blad. Deze moeten worden gesnoeid. Snoeien kun je het beste in het midden of aan het einde van het voorjaar doen. Na de bloei, in de zomer kan de struik worden bijgeknipt.

17g5b228vut7_w2400.jpg

Kenmerken: