Kievitsbloem

De kievitsbloem, Fritillaria meleagris, is inheems in onze wilde natuur, maar hij komt oorspronkelijk vooral in Zuidoost-Europa voor. Een bolgewasje met smalle blaadjes en geknikte, geruit gevlekte bloemen in maart-april. De bloemkleur is variabel, van gevlekt lilarood tot veel lichter en zelfs bijna wit. Tot 35 cm hoog, maar meestal lager.

Wat betekent Fritillaria?

Het geslacht Fritillaria behoort tot de lelieachtigen. Het zijn bolgewassen, in totaal zo’n 85 soorten wereldwijd op het noordelijk halfrond. De naam komt van het Latijnse fritillus, wat zoveel betekent als ‘de beker waarin dobbelsteentjes worden geschud’. Het slaat op de ruitvormige tekening (dobbelsteentjes) op de bloemen van sommige soorten.

Wanneer bloeit de Fritillaria?

De planten vormen opgaande, onvertakte stengels en meestal lijnvormig blad. De bloemen zijn zestallig, klokvormig en ze hangen geknikt aan de stengels. De meeste soorten bloeien in het voorjaar.

Hoe kan ik de kievitsbloem verzorgen?

De planten vragen goed gedraineerde, vochtige grond en een beschutte, zonnige groeiplaats. Geef bij het uitlopen van het blad wat mest. Bij droogte is water geven belangrijk. Van sommige soorten kunnen de bollen in de grond blijven en verwilderen, in andere gevallen (de minder winterharde) moeten ze vorstvrij overwinteren. Vergelend blad niet afsnijden, maar rustig laten afsterven. De kievitsbloem vraagt vochtige, voedzame grond en kan goed verwilderen op een geschikte plek.

u3u5i3c8h9jc_w2400.jpg

Kenmerken: