Cipres

De cipres Cupressus macrocarpa ‘Goldcrest’ die ook wel Montereycipres of kamercipres wordt genoemd, valt op door zijn lichtgroene tot bijna gele naalden. De natuurlijke groeivorm is piramidaal. Hij wordt voornamelijk toegepast als kamerplant, maar ook als kuipplant. In een pot wordt de plant zo’n 2,5 meter hoog. De kamercipres kan na een tijdje de kuip ontgroeien. In de volle grond kan hij echter niet overleven en wordt het tijd voor een nieuw exemplaar.

Cipres is de algemene naam voor leden van enkele geslachten uit de cipressenfamilie (Cupressaceae), een algemeen verspreide familie van naaldbomen en -struiken, waarvan verscheidene soorten waardevol hout leveren. Volgens de Griekse mythologie komt de cipres uit Kyparissos van Keos voort, een jonge man die per vergissing een heilig hert doodde en vanwege zijn groot verdriet door de god Apollo in een cipres veranderd werd. Sindsdien wordt de cipres als treurboon gezien. Gelijktijdig symboliseert de cipres door zijn altijd groene verschijning en de hoge leeftijd van 500 jaar die hij kan bereiken, het leven en de eeuwigheid. Hij is daarom vaak op mediterrane kerkhoven te vinden.

Het belangrijkste geslacht dat cipres genoemd wordt is Cupressus (ook wel ware cipressen genoemd), gevolgd door Amerikaanse bomen van het geslacht Chamaecyparis. Cipressen zijn harsachtige grote bomen of grote struiken met een geurig, duurzaam hout en schaalachtige bladeren. Cupressus macrocarpa (Montereycipres) is een boom uit de cipressenfamilie (Cupressaceae). In West- en Zuid-Europa wordt deze soort veel aangeplant, vooral als heg. De Montereycipres is afkomstig uit Californië bij Monterey en is bekend om de snelle groei en het kunnen verdragen van zout in kustgebieden.

Cupressus macrocarpa ‘Goldcrest’ onderhoud

Niet snoeien betekent natuurlijk niet dat je niet mag snoeien. De cipres blijft echter wel op z’n mooist als die niet of nauwelijks gesnoeid wordt. De natuurlijke en karaktervolle vorm komt zo het best tot z’ n recht. Je kunt wel dode en zieke takken verwijderen. Mocht er toch een reden zijn om te snoeien, probeer dit dan te doen met zoveel mogelijk behoud van de natuurlijke vorm van de plant en houd rekening met de bloeitijd. Het is goed om coniferen in maart-april en in juni-juli eenmaal te bemesten.

Goldcrest’ vraagt veel licht maar mag in de zomer niet in de volle zon staan. Tussen mei en september kan hij naar buiten. In de zomer met mate gieten. Als je het volgende jaar ook van deze conifeer wilt genieten, kun je deze het beste verplaatsen naar een goed verlichte, maar koele plek. Haal de plant binnen voor de eerste vorst zijn intrede doet. Van april tot september iedere veertien dagen bemesten

jp15n0s8i4pa_w2400.jpg

Kenmerken: