Appel (Schone van Boskoop)

Wat voor een soort is de ‘Schone van Boskoop’?

De appel Malus domestica ‘Schone van Boskoop’ kennen de meeste mensen beter als goudrenet. Dit is een van de lekkerste friszure appels, maar de goudrenet boom is alleen geschikt voor grotere tuinen. Door de vroege bloei van de ‘Schone van Boskoop’ is de boom gevoelig voor nachtvorst. Lees ook eens het artikel over planten beschermen tegen vorst. Van september tot oktober kun je oogsten van de goudrenet boom, waarna de appels lang te bewaren zijn – tot in maart. De ‘Schone van Boskoop’ appels zijn redelijk zuur en zijn grof van structuur en schil. Goudrenetten zijn uitstekend voor in de appeltaart.

Geschiedenis van de Malus domestica

Het geslacht Malus kan grofweg ingedeeld worden in twee typen appels: sierappels en consumptieappels. De sierappels worden gekweekt vanwege hun mooie kleur. Ze zijn minder lekker dan de consumptieappels. Over de hele wereld zijn duizenden appelrassen voor consumptie bekend. Ze stammen af van de nog altijd in de Kaukasus aanwezige Malus sieversii. Tijdens de handel langs de zijderoute zijn de appels verspreid naar het Romeinse Rijk alwaar de teelt van appels zich ontwikkelde. Van hieruit is de appelteelt over Europa verspreid geraakt. Omdat de appel al lang tot het dagelijks eten wordt gerekend, zijn er ook veel verhalen over. Van sprookjes zoals Sneeuwwitje tot de Griekse mythologie waarin de twistappel met de tekst ‘aan de mooiste’ tweespalt onder de godinnen veroorzaakt.
Het aardige van appelbomen is dat ze voor vruchten in het najaar maar ook voor mooie bloesem in het voorjaar en een prima bladerdek in de zomer zorgen. Voor goede vruchtvorming, zowel in aantal als grootte, hebben bijna alle appelrassen, waaronder de goudrenet kruisbestuiving nodig. Dat betekent dat minimaal twee appelrassen elkaar moeten bestuiven.

Hoe onderhoud ik de Goudrenet?

Na het planten duurt het meestal drie jaar voor de goudrenet boom vrucht draagt. Om vorming ervan te stimuleren dient de groei geremd te worden. Dit doe je door snoei, takken buigen en vruchtdunning. Snoei van fruitbomen is complex, waardoor veel mensen bang worden om te knippen. Kom jeer niet uit, vraag dan een vakman, bijvoorbeeld een hovenier of volg een snoeicursus. Snoei twee keer per jaar. Eerst in de winter. Je verwijdert alle zieke, dode en verkeerd geplaatste takken. Zaag de takken glad af. Laat geen stompen zitten. Alle gesteltakken (die het ‘skelet’ vormen van de boom) worden met een derde ingekort. Herhaal snoei in de zomer. Je snoeit de sterk verticaal groeiende scheuten zo dicht mogelijk bij de stam af. Verder worden de eenjarige scheuten teruggesnoeid tot vijf ogen. Kortere eenjarige takken gewoon laten zitten. Rem de groei verder door takken horizontaal te buigen. Verbind daarvoor touwen tussen de uiteinden van de takken en de stam. Kijk uit dat takken niet te diep doorbuigen. Als ze naar beneden hangen, groeien ze niet meer. Ook vruchtdunning vanaf juni is aan te bevelen. Verwijder alle achterblijvende vruchten en probeer maximaal een tot twee vruchten per bloemtros over te houden. De ‘Schone van Boskoop’ moet niet te droog staan. Lees ook eens het artikel over water geven. Via kruisbestuiving met andere appelbomen worden de bloemen bevrucht.

nes5i978me5b_w2400.jpg

Kenmerken: