Wilgentenen schutting

Een schutting van wilgentenen geeft je een romantisch en landelijk uiterlijk en is ook nog eens praktisch en duurzaam.

Schutting van wilgentenen

Wilgentenen schutting aanleg

Wilgentenen schutting maken

Deze natuurlijke wilgentenen schutting kan dienen als windscherm, erf- of borderafscheiding of omheining van een moesbed en gaat tot tien jaar mee. Het enige wat je nodig hebt, zijn wilgentenen, kastanjehouten palen en spierkracht.

‘Tuun’ van wilgentenen

Een ‘tuun’ is een vlechtwerk van palen die in de grond zijn vastgezet en doorvlochten met twee- of driejarige wilgentenen. Ons woord ‘tuin’ stamt af van het woord tuun, dat vroeger een omheining van een stuk land was. Een tuun kan je maken van november tot het voorjaar, omdat de takken in deze periode goed taai en buigzaam zijn. Oorspronkelijk worden wilgentwijgen (Salix) gebruikt, maar ook met tenen van de hazelaar (Colylus aellana) kun je goed vlechten.

Benodigdheden

  • Wilgentenen, verkrijgbaar van november tot eind april
  • Kastanjehouten palen, anderhalf maal de hoogte van het te vlechten scherm
  • Touw
  • Grondboor
  • Flinke hamer
  • Snoei- of takkenschaar

Hoeveelheden en afmetingen zijn afhankelijk van de gewenste grootte van de wilgentenen schutting. Per vierkante meter heb je ongeveer anderhalve bos wilgentenen nodig.

Wilgentenen schutting maken

Met onderstaand stappenplan maak je zelf stap-voor-stap een wilgentenen schutting.

  1. Bepaal de plek van het scherm en de eindpalen. Boor met een grondboor de gaten voor en sla de palen tot op de gewenste hoogte vast. Span hier vervolgens een stevig touw tussen. Zet om de halve meter een twijgje op de plek waar de volgende paal moet komen, zodat er geschoven kan worden totdat de juiste plaats is bepaald.
  2. Boor gaten op de plek van de twijgjes en zet de palen er los in. Trek het touw tussen de twee eindpalen zo hoog mogelijk naar boven en sla de tussenliggende palen tot net boven het touwtje de grond in. Houdt voor de diepte van de palen de helft van de hoogte van het scherm aan.
  3. Voor de eerste laag leg je een wilgenteen achter de eerste paal, vóór paal twee langs, achter paal drie door enzovoorts. Wilgenteen twee begint achter paal twee en gaat weer om en om tot bij de eindpaal. De eerste laag bestaat uit zo’n tien à twaalf twijgen. Is een tak te kort om tot het einde te weven, neem dan een nieuwe twijg, maar zorg dat hij de vorige overlapt.
  4. Voor de volgende lagen draai je een stevige en lange wilgenteen rond de paal. Zorg dat hij tijdens de draai over zijn eigen lengteas wordt omgedraaid om te voorkomen dat hij breekt. Start hierna weer met een hele teen bij de laatste paal en vlecht terug op dezelfde manier als bij stap 3, maar dan in omgekeerde richting. Duw voor de stevigheid de lagen regelmatig krachtig naar beneden.
  5. Draai om de tien à twaalf twijgen weer een extra dikke en lange teen om de paal heen, voor een stevige constructie. Sla de palen indien nodig dieper de grond in, tot ze aansluiten bij de hoogte van het vlechtwerk. Knip de laatste uitstekende takken bij de eindpaal af.

Bron: fotografie in samenwerking met Piet-Hein Spieringhs, De Vlechterij in Zeist.

nog meer: tuinieren