Heesters stekken

Als je erg tevreden bent met de eigenschappen van een heester, kun je hem vermeerderen door te stekken met een winterstek of zomerstek.

Stekken - winterstek - zomerstek

Met een heester of struik, bedoelen we een vaste houtachtige plant. Door heesters stekken, krijg je nog meer van die mooie planten. Heb echter wel geduld, want het duurt een aantal jaren voordat het stekje tot een struik is uitgegroeid.

Zomerstek

In de maanden juni, juli en augustus kun je een zomerstek nemen van heesters. Veel bladverliezende en wintergroene heesters zijn hiervoor geschikt en dan vooral de soorten met dunne scheuten. Met dit stappenplan kun je een zomerstek van een heester maken.

  1. Neem een scheut die hetzelfde jaar gegroeid is. Trek het takje naar beneden, zodat er een stukje bast meekomt van de tak waar de scheut uit komt.
  2. Je kunt ook topjes van ongeveer tien centimeter lengte afknippen. Haal het onderste blad eraf, anders zal de stek te veel vocht verdampen.
  3. Als het stekje groot blad heeft, knip dan de bovenste bladeren voor de helft af om verdamping te beperken.
  4. Doop het takje in speciaal groeipoeder dat de beworteling bevordert en zet de stek in een potje met stekgrond. Je kunt in plaats van groeipoeder ook potgrond gebruiken dat je mengt met een beetje turfmolm en flink wat zogenaamd scherp zand.
  5. Om schimmelvorming te voorkomen, kun je de takjes besproeien met een schimmelwerend middel.
  6. Zet de stekjes onder glas of plastic. Je kunt hiervoor een kamerkasje gebruiken, speciale plastic kapjes of gewoon een plastic zakje.
  7. Zorg dat de grond niet uitdroogt en bescherm de stekjes tegen felle zon.
  8. Zodra de stekjes aan het wortelen zijn en iets gaan groeien, top je ze boven het onderste bladpaar.
  9. Zet ze de eerste winter op een vorstvrije plek. In het voorjaar kunnen de jonge struikjes naar buiten.

Heesters die ideaal zijn voor een zomerstek zijn: palmboompje (Buxus), struikheide (Calluna), Amerikaanse sering (Ceanothus), dwergcipres (Chamaecyparis), dopheide (Erica), hortensia (Hydrangea), lavendel (Lavandula), struiklavatera (Lavatera), beverboom (Magnolia), mahoniestruik (Mahonia), geranium (Pelargonium), jasmijn (Philadelphus), gamander (Teucrium), levensboom (Thuja) en sneeuwbal (Viburnum).

Winterstek

In de winter, tussen december en maart, is stekken eenvoudiger dan in de zomer. Vooral bij heesters met dikke, krachtige scheuten kun je na een jaar al een klein struikje hebben. Dat kan flink geld besparen als je bijvoorbeeld een haag wilt planten.

  1. Zodra het blad van de takken is gevallen, knip je met een scherpe snoeischaar enkele stevige, rechte scheuten af die dat jaar gevormd zijn.
  2. Haal de top eraf, verdeel de rest van de tak in stukjes van tien tot twintig centimeter.
  3. Zet de stukjes rechtop in een geultje en vul het geultje met zanderige grond. Zo bevriezen ze niet en blijven ze vochtig genoeg.
  4. Laat de bovenkant van de stekken boven de grond uitsteken.
  5. Graaf in het vroege voorjaar de stekken op en pot ze apart op.

Je kunt de stekken ook in een potje met stekgrond steken en ze enkele weken in een onverwarmde kas laten staan. Na verloop van tijd zullen de stekken dan gaan uitlopen. Als ze eenmaal stevig in de aarde vastzitten, zijn ze geworteld en kunt je ze verplanten.

Heesters die ideaal zijn om in de winter te stekken zijn: kornoelje (Cornus sanguinea en Cornus stolonifera), bruidsbloem (Deutzia), Chinees klokje (Forsythia), liguster (Ligustrum), boerenjasmijn (Philadelphus), rode bes (Ribes), vlier (Sambucus), sneeuwbal (Viburnum), druif (Vitis vinifera), Weigela, sneeuwbalspirea (Physocarpus), vlinderstruik (Buddleja), sierbraam (Rubus) en wilg.

nog meer: tuinieren